6-7 lijkt op de volgende gezegdes

“Vriezen we dood, dan vriezen we dood.”
Dit spreekwoord wordt gebruikt om aan te geven dat je moet afwachten hoe iets zich ontwikkelt, omdat je er zelf geen controle over hebt.

“Na regen komt zonneschijn.”
Dit drukt de hoop uit dat na een periode van tegenslag (regen) er weer een betere tijd (zonneschijn) aanbreekt.

“Achter de wolken schijnt de zon.”
Net als bij het vorige gezegde, geeft dit aan dat er na een moeilijke periode altijd wel weer een positieve kant is.

“Verandering van weide doet koeien goed.”
Dit suggereert dat een verandering van omstandigheden, ook al is die niet direct positief, soms verfrissend kan zijn.

“Op de bodem van de put kun je je het beste afzetten.”
Dit impliceert dat een moeilijke situatie soms het vertrekpunt kan zijn voor verbetering, omdat je van daaruit weer omhoog kunt.

“Als de dagen lengen, begint de kou te strengen.”
Dit is een weersgerelateerd gezegde dat de onvoorspelbaarheid van het weer benadrukt.

“Vandaag trapkens, morgen plaskens.”
Dit benadrukt de onzekere aard van het leven en de constante verandering.

“De maand Meert heeft venijn in den steert.”
Dit gezegde waarschuwt dat de lente onvoorspelbaar kan zijn, met plotselinge weersomslagen.

<hr>

Printen?